Taartje? Voor mij voelde dit als het voorhouden van een sigaret aan iemand die net gestopt is met roken…

Nog steeds valt het me op dat we met zijn allen nog zoveel waarde hechten aan lekkers. De gewoonte, de traditie, de gezelligheid, gastvrijheid. Het is nog veel te vaak ‘not done’ om een gast of familie niets aan te bieden bij gelegenheid. Dat voelt als onbeleefd. En dat terwijl we met zijn allen weten dat al dat lekkers ons zo ondertussen de dood injaagt. Bijna dagelijks is er wel wat over te lezen in het nieuws; ‘meer dan de helft van de Nederlanders is te zwaar’. En ook onder kinderen stijgt het percentage overgewicht en diabetes type 2. Waarom blijven we onszelf en elkaar dan toch nog veel te vaak overvullen met eten? Zelfs als je van de ander weet dat hij of zij diabetes heeft of bezig is om gezonder te leven of af te vallen? Ik merk dat daar heel vaak een vorm van jaloezie achter zit. Of aardiger gezegd, bewondering voor die ander. Zeker als die ander al jouw lekkers afslaat. Want hé, je hebt het zelf gemaakt, speciaal voor die ander. Of er wordt gezegd; ‘ach doe toch gezellig’ of ‘jij kan het hebben’. Uhhhh… nee, zo werkt het echt niet. Dat weten we allebei. Hoe ontzettend ik in het verleden ook genoten heb van al dat zoets, ik geniet nu nog veel meer van de rust in mijn hoofd als het om eten gaat. En het is zo fijn dat ik steeds vaker nee kan zeggen als ik hetgeen me wordt aangeboden niet echt Mega Lekker vind en er op een bepaald moment bewust voor kies. En er dan ook extreem van geniet. Dit is echter niet altijd even makkelijk en ik stel er ook vaak mensen mee teleur, bizar toch?

Ik daag dan ook dagelijks de mensen die ik begeleid uit om eens wat vaker bewuster te zijn van waar ze ‘ ja’ tegen zeggen. Ze goed na te laten denken of dat taartje, die pizza of bak ijs ze nou écht gelukkiger maakt. Ik leer mensen dat je ook kunt genieten van alles wat niet met eten of drinken te maken heeft. Oppakken van een oude hobby. Nieuwe hobby’s creëren. Een écht gesprek voeren met de ander, vol aandacht voor elkaar. Dit zijn slechts enkele voorbeelden.

Want geloof mij, in de maatschappij waar wij in leven, wordt het ons toch echt knap lastig gemaakt. Zeg nou zelf; een vriend of vriendin die net gestopt is met roken, bied je toch ook geen sigaret aan? Daar ben je trots op, die geef je complimenten. Ook bij minderen of afslaan van alcohol wordt dit veel vaker gezien als normaal en verstandig. (Alhoewel ook hier in veel gevallen nog een lange weg te gaan is.)

Waarom is dit bij zoete (en hartige) snacks nog steeds niet zo? Elke keer als ik ergens ben en er wordt mij een taartje, heerlijke koek of chocola aangeboden, dan voelt dat voor mijn brein hetzelfde als een sigaret voor iemand die net gestopt is met roken. Ik ben er op zo’n moment vaak niet mee bezig, heb vaak ook voldoende gegeten, maar toch is daar ineens die graving, dat duiveltje, dat schreeuw om een hapje. En nog één en nog één. Vroeger stond ik niet sterk in mijn schoenen, ging ik toch altijd weer voor de bijl. Want morgen doe ik alles beter, dan ga ik echt beginnen.. En als ik dan eens sterk genoeg was om iets zoets af te slaan, dan kwam de graving altijd dubbel zo hard terug in de avond en ging het dan alsnog mis. Degene die zich herkennen in mijn verhaal, weten wat ik bedoel. Nu slaat de suikerduivel nog steeds op tilt, maar ik heb geleerd hoe ik deze niet zijn gang kan laten gaan. Het lukt me nu om, als ik geen behoefte heb aan zoet (en vooral de gevolgen ervan), ik ‘nee’ kan zeggen. Als het moment er niet is, het zoet niet écht heel lekker, waarom zou je het dan opeten?

Laten we dus met zijn allen wat vriendelijker zijn voor elkaar. Wij vrouwen in het bijzonder. Want het feit dat wij elkaar zoet blijven opdringen heeft eigenlijk altijd met onszelf te maken; onzekerheid, bewondering voor de ander, jaloezie of het snoepen zelf ook niet kunnen laten. Als jij toegeeft in iets wat je eigenlijk niet wilt, dat is toch zonde? Als jij toch iets neemt, geeft het de ander altijd een beter gevoel over zichzelf, een excuus om ook te nemen of juist te laten zien dat het haar op dat moment wel lukt. Samen sterk staan zou toch veel fijner voelen? Elkaar stimuleren én motiveren het anders te doen. Dát komt een vriendschap/ relatie ten goede. Dat helpt je om te veranderen, diegene te worden die je graag wilt zijn. Een fijne relatie met eten én jezelf; ik gun het iedereen.